17 & 18mei: the Final of the final trip Geheel tegen het advies van Guido in, hebben we vandaag een trip gemaakt naar de Valley of Fire state Park. Dat we tegen zijn advies ingingen, kwam mede voort uit het feit, dat we hem gisteravond meer dood dan leven uit de rollercoaster oftewel de achtbaan getild hadden. Het was de laatste avond in het casino “Buffalo Bill” van Bob, waar ons een afscheidsdiner werd aangeboden wat zijn weerga niet kende. Vanaf Alaska King Crab legs on ice tot een geflambeerde bananenmousse waarbij bijna het gehele casino in brand vloog. We blijven vuurvreters. Vrolijkheid en gezelligheid ten top. Voor die maaltijd hebben we de dragraces bijgewoond, waarbij durf en talent waren samengesmeed in complete waaghalzerij. Na afloop hiervan doken we meteen de boksarena in, via niet gebaande wegen met uiteraard Bob voorop. Alles wat gesloten was ging open en alles wat God verboden had werd hier toegestaan. In de boksarena zaten we gelijk temidden van een horde Cubanen, die ons de oren van het hoofd brulden en omhelsden als de tegenstander weer een linkse directe kreeg van een in dit geval Cubaanse bokser. Hier zeggen dat je tegen Cuba was, zou je reinste zelfmoord zijn, dus wij juichten om het hardst mee. Een zo’n klein Cubaantje met een muil van een piranha en het lijf van een lilliputter was er met zijn vrouw, waar je wel minstens drie gewone corpulente vrouwen uit bakken kon. Ze keek met een blik van: Laat hem maar lekker schreeuwen dan is ie vannacht weer rustig. Guido weigerde na het superdiner absoluut mee te gaan in de achtbaan. We liepen door het casino, Bob smoesde hier en daar wat en voor we het wisten hadden we allemaal een bandje om waarvan we niet wisten wat en waarvoor het was. Lange rijen wachtend publiek werden vlot gepasseerd en waar gewone mensen drie kwartier staan te wachten waren wij in 45 seconden gepasseerd. Voor we het goed en wel in de gaten hadden stonden we vooraan in de rij bestemd voor de echte diehards die helemaal voorin zaten. Eerst Dik en Bert. De laatste gaf zijn meeste loszittende spullen al vooraf af. Tijdens de rit omhoog waarbij het leek of er vele moeren loszaten, donderden we ineens recht naar beneden. Ons lijf zat vast maar ons spullen in het borstzakje niet. Het vloog er ook niet uit Het bleef gewoon in de lucht staan en wij zakten er onderuit. Het was tot voor een paar jaar de snelste baan ter wereld met krachten tot 4G. Dit staat echt voor heel veel. Maar we kwamen na vele salto’s, loopings en haakse bochten weer heel aan en zagen met veel leedvermaak Guido en Ben instappen. De een keek heel dapper om zich heen met een blik van: Dit doe ik elke dag ook op mijn motor en de andere van redelijk tot ernstig bezorgd. Het kwam allemaal uit. De een keek tijden lang niet meer erg dapper en de ander moest met vereende krachten uit het wagentje getild worden al roepend: “Ik ben mijn hoofd kwijt, Ik ben mijn hoofd kwijt”. Dat wisten wij al jaren. Het personeel heeft hem zo goed en zo kwaad het ging weer wat opgekalefaterd maar de rest van de avond bleef hij opvallend rustig.
(zondag 18 mei) Met dit allemaal in het achterhoofd sloegen wij zijn advies niet te gaan, natuurlijk dapper in de wind. We waren immers de situatie van Death Valley al gewend en dat zelfs bij middagtemperaturen. Wat kon ons gebeuren. Tegen negenen vertrokken wij uit Las Vegas, waar vandaag een hitterecord gebroken zou worden. Het was lekker warm en een graad of dertig. Goed warm, dus in het shirtje gingen we van start. Het liep geweldig. Wat een zeur, wat een bangerd riepen we nog. Aangekomen in De Valley of Fire begrepen e nog steeds de naam niet helemaal en betaalden zelfs voor de entree. We begonnen het daarna steeds beter te begrijpen. Het werd namelijk steeds warmer en warmer en warmer en heter en heter. Er werd nog wat over Death Valley nagedacht. Daar was het tenminste nog koel en uit te houden. Beneden aangekomen bij het meer kwam ons al een amerikaan tegemoet die ons maande tot opschieten want het meer was al bijna uitgedroogd. Het was nog waar ook. Een stoet van amerikanen die ons onderweg met bootjes en jetskis achter de auto passeerden kwamen allemaal weer in omgekeerde volgorde en onverrichter zake terug. Het water was daar zover gezakt dat er geen boot meer in kon. Er was dus ook helemaal niemand meer op het lanfd en op het water. Op een autobus verdwaalde Fransen na, die het ook niet meer wisten stonden we daar. Even weer de franse taal opgefrist en met au revoir vertrokken we weer.
Jongens, we gaan terug riep Dik. We nemen een andere en alternatieve route. En het werd heter en heter en niets of niemand meer te zien. Hier alleen rijden en pech krijgen is een rechtstreekse aanslag op je leven. Na een paar uur ben je dermate uitgedroogd en oververhit dat je zonder snelle hulp gewoon dood gaat vertelde Guido later.
We reden door een klein dorpje en een in de schaduw buiten opgestelde temperatuurmeter gaf 136 graden aan wat gelijk staat aan 57,7 graden Celcius. Je moet op een gegeven moment handschoenen aandoen om je stuur en gashendel nog vast te kunnen houden. Een restaurant was al afgebrand. Hierbij vergeleken was Death Valley zelfs op de hete middaguren een eenvoudig voorjaarsritje. We hebben het echter weer gelapt en afgesproken dat we beter zullen luisteren en het nooit weer doen (dit jaar). Het was een meer dan bijzondere belevenis die we op waardige wijze afgesloten hebben door direct na aankomst het zwembad te bezoeken Tijd voor uitkleden was er niet meer bij. Bert ps. Morgen een stukje met belevenissen met de cadillac over de strip en het inladen |