Jaren zestig

Associated Motor Cycles

De Indian Sales Co. werd in 1959 overgenomen door het Britse Associated Motor Cycles, een concern dat al was samengesteld uit de merken AJS, Francis-Barnett, James, Matchless en Norton. AMC bestond feitelijk dankzij de badge-engineering van een aantal van deze merken, die simpelweg met verschillende tankbadges werden geleverd. Daarnaast werden soms ook motorfietsen samengesteld met onderdelen van verschillende merken. Waarschijnlijk maakte een logo meer of minder niet veel uit, en dacht men met de naam “Indian” wat makkelijker toegang te krijgen tot de Amerikaanse markt. Omdat het contract met Royal Enfield voor de levering van 500 motorblokken nog doorliep, werden motorfietsen met Royal Enfield én AMC-blokken verkocht tot in 1961, toen de Royal Enfield 700 cc blokken geleverd waren. De Indian Sales Co. werd in 1962 min of meer buitenspel gezet. Het was immers nog uitsluitend importeur van Britse motorfietsen met een Indian-logo, en Associated Motor Cycles hád al een importeur: De Berliner Motor Company, die vanaf dat jaar de import en verkoop overnam. Indian Sales Co. was nog slechts een naam, die in 1966 over ging naar Norton-Matchless Ltd, inmiddels een dochteronderneming van Norton-Villiers. Mogelijk werd de naam, van geen enkel belang voor Norton-Villiers, verkocht aan Floyd Clymer.

Sammy Pierce

Ergens tussen 1955 en 1965 deed de voormalige Indian-dealer Sammy Pierce in Californië pogingen om, na het verdwijnen van de laatste Chief, het merk Indian nieuw leven in te blazen door uit oude onderdeelvoorraden Indians te bouwen. Hij deed dat niet onder de naam “Indian”, maar noemde zijn machines “American Indian” of “Super Scouts”. Zijn geldelijke middelen waren echter beperkt en de voorraden waren niet onuitputtelijk. Hij bouwde ongeveer 50 machines, die intussen bijna allemaal gekannibaliseerd zijn om “echte” Indians in leven te houden.

Floyd Clymer Motorcycle Division Los Angeles

Eind jaren zestig begon de Amerikaanse uitgever Floyd Clymer (bekend van de “Clymer” technische handboeken) met de import van lichte Italiaanse Italjet motorfietsjes, die hij weliswaar onder de naam “Indian Papoose” verkocht, maar waarschijnlijk na de rechten op deze naam gekocht te hebben van AMC. Dit waren minibikes met een 50 cc Minarelli-tweetaktmotortje. Waarschijnlijk had Dennis Poore, de nieuwe eigenaar van AMC, geen belang bij de naam “Indian”, zeker zolang die voor dergelijke kleine motorfietsjes werd gebruikt. De minibikes lagen in een ander marktsegment dan de AMC-modellen, en bovendien had men zich druk te maken over grotere problemen. AMC was door Poore omgevormd tot Norton-Villiers. Het leed ernstig verlies en moest bovendien – ook op de Amerikaanse markt – concurreren met de succesvolle modellen van Tiumph en BSA én men had te maken met de opkomende Japanse industrie. Clymer maakte een afspraak met Leopoldo Tartarini, de eigenaar van Italjet, om grote motorfietsen te gaan produceren, gebaseerd op de Italjet Grifon, maar met Royal Enfield Interceptor 750 cc paralleltwins en later met Velocette Thruxton en Venom 500 cc eencilinders.

Tegensprekende bronnen

Volgens Charles G. Proche in “Motor” nr. 34 uit 1974 had Clymer de Münch fabriek in Duitsland in 1966 gekocht en liet hij daar een prototype van een nieuwe Scout maken. Meer aannemelijk is de versie van het online-magazine bma (bma-magazin.de). Daarin kwam het in 1966 weliswaar tot samenwerking tussen Clymer en Münch, die samen plannen ontwikkelden voor een oude Scout zijklepmotor in een nagelnieuw en modern Münch frame. Dit prototype, een vreemde combinatie van moderne en oude techniek kwam niet verder dan een model van hout en staal. Clymer trok zich in 1969 terug uit het samenwerkingsverband omdat hij inmiddels 74 jaar oud was. Volgens het weekblad Motor (juni 1969) had men tot dan toe de verkoop van de Münch 1200 TTS gereserveerd voor de Amerikaanse markt en zou na het vertrek van Clymer nu ook de Europese markt worden bediend. Dit is een meer aannemelijke versie, omdat Münch na het overlijden van Clymer in januari 1970 een nieuwe Amerikaanse investeerder kreeg, maar na diens vertrek zijn bedrijf gewoon kon voortzetten.

Modellen jaren zestig

AMC-Indian
Trailblazer, Apache en Chief:
Na de overname door AMC werden de Trailblazer en de Apache voorzien van 650 cc Matchless G12 blokken. De Chief behield nog de 700 cc Royal Enfield motor, gedwongen door het nog doorlopende contract met Royal Enfield.

Typhoon:
De Typhoon was de opvolger van de 500 cc terreinmotoren Woodsman en Westerner. Hij kreeg de eencilinder OHC-motor van de Matchless G85CS crossmotor.
Pathfinder en Arrow: De 250 cc modellen Pathfinder en de Arrow volgden de Fire Arrow en de Hounds Arrow op, waarbij de Pathfinder de toerversie was en de Arrow de scrambler. De motorblokken kwamen van de Matchless G2CS.

Golden Eagle:
AMC leverde onder de naam “Indian” niet veel sportieve modellen, waarschijnlijk omdat dit concurrentie voor de eigen sportmotoren AJS 31, Matchless G12CSR en Norton Dominator zou betekenen. De naam “Indian” was sinds de jaren dertig al niet meer geassocieerd met sportieve modellen. Maar uitgerekend de meest sportieve Matchless, de G50 racer, kreeg een zustermodel bij Indian, weliswaar niet als racer uitgevoerd, maar als zeer sportieve eencilinder sportmotor, onder de naam Golden Eagle.

Clymer-Indian
Indian-Münch prototype:
Het eerste project dat Floyd Clymer opzette was een zware motorfiets met een oude Chief zijklepmotor. Hij zocht daarvoor contact met Friedl Münch. De motor werdin een Münch frame gehangen, hetgeen resulteerde in een wanstaltige combinatie van (voor die tijd) moderne techniek en een vooroorlogse zijklepper. Ze kwamen niet verder dan een prototype.

Indian-Norton prototye:
In 1969 bouwde Italjet een prototype met een 750 cc Norton Commando motorblok. De Berliner Corporation zag hier echter grote concurrentie in en voorkwam dat Norton rechtstreeks motorblokken aan Clymer ging leveren. Daardoor kwam het model nooit in productie. Het prototype had kabelbediende Campagnolo schijfremmen, de spatborden van de Indian-Horex en een BMW-koplamp.

Indian-Horex prototype:
In zijn haast om snel een relatief zware Indian op de markt te brengen overwoog Floyd Clymer om, in afwachting van de Italjet-Royal Enfield machines, een serie motorfietsen met Horex motorblokken uit te brengen. Waarschijnlijk werden slechts enkele prototypen gemaakt, waaronder in elk geval een 600 cc tweecilinder. Het frame kwam waarschijnlijk al van Italjet. De keuze voor de Horex-motoren was logisch, want Friedl Münch was in 1956 eigenaar geworden van de productiemachines en de tekeningen van het failliete Horex.

Indian Minibikes:
Van de Minibikes met Minarelli motor die door Italjet werden geproduceerd verschenen een groot aantal typen. Het populairst waren de kleine crossmotoren voor kinderen, die geleverd werden met een automatische versnellingsbak.

Indian tweetakten:
Clymer begon al met de levering van een enorm aanbod aan tweetaktmodellen, waaronder automatische kindermotortjes, crossers, enduromodellen en straatmodellen. Soms hadden ze op de tank “Clymer Indian Münch” staan, waarmee de samenwerking met Friedl Münch weliswaar bevestigd werd, maar ze kwamen van Italjet.
Indian Enfield 750 en Indian Velo 500: In 1969 presenteerde Clymer twee nieuwe motorfietsen, die beiden vrijwel hetzelfde frame hadden, afgeleid van dat van de Italjet Grifon. De Indian Enfield 750 had de paralleltwin van de Royal Enfield Interceptor en de Indian Velo 500 de staande eencilinder van Velocette. Van die Velo kwamen twee versies, de 37 pk Indian Velo Venom en de 42 pk Indian Velo Thruxton, typenamen die ook door Velocette werden gebruikt. Dit waren absoluut vlotte modellen, maar ze kwamen op de markt op het moment dat de Britse één- en tweecilinders al verbleekten tegen het licht van de snelle, lichte Honda’s en bovendien waren de Amerikaanse klanten weliswaar geïnteresseerd in Britse motorfietsen, maar niet in een Italiaans-Britse allegaartje met een Amerikaanse merknaam. Bovendien werden de eerste series geleverd in pastelkleuren, zoals “Salmon-Pink” en “Baby-Blue”.

Bron: Wikipedia